Bell trapper lijmplank pinda muizen
- Lijm droogt niet op
- Sterke kleefkracht
- Voorzien van pindageur
Je kunt zelf muizen weren, vangen of verjagen. Welke manier past, hangt af van twee dingen. Is het dier al binnen, of wil je dat juist voorkomen? En wil je het levend aantreffen of niet? Is er nog niets binnen, dan voorkom je veel ellende door de toegang te sluiten. Loopt er al een muis rond, dan weegt de plek waar je iets neerzet zwaarder dan het middel dat je kiest. Je vindt hier vallen, lijmplanken, wering en verjagers.
Gebruik onze keuzehulp in 3 stappen naar de juiste oplossing.
-11%
-5%
-29%
-19%
Weren houdt het dier buiten en blijft werken als de overlast voorbij is. Een muis klapt zijn skelet in en glipt daarmee door 6 mm, dus een kier bij een doorvoer of onder een deur is al genoeg. Van de vier manieren is dit de enige die de oorzaak aanpakt. Je sluit die openingen met materiaal om muizen te weren.
Vangen laat je zien wat er gebeurt: je vindt het dier terug, dus je weet of de plaatsing klopt. Een muizenval zet je opnieuw, een lijmplank gebruik je één keer, en een lokdoos houdt het lokaas uit het zicht. Alle drie vragen dat je ze controleert.
Gif zet je in een gesloten lokdoos op de looproute. De werking hangt volledig af van de vraag of het dier het lokaas aanneemt. Bij muizengif kies je tussen graan en pasta, en dat verschil zit in de vochtigheid van de ruimte.
Verjagen houdt muizen van een plek weg, maar vangt niets. Een verjager is een aanvulling op weren, geen vervanging van bestrijding.
De plaatsing weegt zwaarder dan het middel. Een lokdoos die vrij in de ruimte staat, laat een muis staan, wat er ook in zit. Zet hem tegen de wand, met de opening naar de kant waar het spoor vandaan komt.
Let ook op hoe fabrikanten hun termijnen formuleren. Staat er dat een kolonie na één tot drie dagen weg is, dan geldt die termijn vanaf het moment dat de dieren eten, en niet vanaf het plaatsen van de doos. Nemen ze het lokaas niet aan, dan begint de termijn niet te lopen.
Muizen zoeken in het najaar een warme plek binnen. Wie de kieren vóór die tijd dicht, heeft daarna minder te bestrijden.
Je ziet het dier zelden, dus je werkt met sporen. Uitwerpselen zijn het duidelijkst: 0,3 tot 0,8 cm lang, ongeveer 0,1 tot 0,3 cm dik, spits aan de uiteinden, en meestal in een reeks langs een plint. Waar die reeks ligt, loopt het dier elke nacht.
Daarnaast zie je knaagschade. De voortanden van een muis groeien zijn leven lang door, dus hij moet blijven knagen om zijn gebit op maat te houden. Aangevreten karton, een kabelmantel of een houtrand is daarom geen incident, maar het teken dat er een route langsloopt.
Samen wijzen die twee sporen je de plek aan waar iets moet komen te staan, en dat is bruikbaarder dan weten hoeveel dieren er zitten. Op de goede plek doet een eenvoudige val zijn werk. Op de verkeerde plek blijft ook een duur middel onaangeroerd.
Zes millimeter is het getal dat je onthoudt. Daaronder valt vrijwel elke doorvoer van een leiding, elke naad onder een deur en elke scheur die naar boven toe smaller wordt.
Daar zit ook het verschil tussen echt weringsmateriaal en gewoon vulmateriaal. Een muis blijft knagen, dus purschuim of kit houdt het meestal één seizoen vol. Weringspasta is gemaakt om die druk te weerstaan en gaat in naden van elke breedte en diepte, ook op een voeg of dilatatie waar een product met een vaste maat nooit past.
Werk je in een voedselverwerkende omgeving, dan bestaat er een metaaldetecteerbare uitvoering. Belandt er een fragment in een productielijn, dan pikt de detectiepoort dat op. Daarom is die variant daar toegestaan en de standaarduitvoering niet.
Vangen lost op wat er nu rondloopt, weren voorkomt de volgende. Blijf je alleen vangen, dan blijf je ook bezig, want de toegang ligt er nog.
In de praktijk doe je het in die volgorde. Pak eerst aan wat binnen zit, want zolang er een dier rondloopt heb je elke dag schade. Sluit daarna de openingen, het liefst vóór het najaar. Dan zoeken muizen een warme plek, en blijkt een kier die in juni niemand opviel de reden dat je in oktober opnieuw begint.
Begin met het vinden van de looproutes. Muizen lopen langs muren, plinten en leidingen. Zet daar vallen. Dicht daarna alle openingen naar buiten en berg voedsel op in afsluitbare bakken van glas, metaal of hard plastic. Vallen pakken de muizen aan die al binnen zijn. Wering voorkomt dat er nieuwe binnenkomen. Je hebt beide nodig voor een blijvend resultaat.
Meer dan één. Bij een opening van 6 mm zijn er meestal meerdere toegangswegen, en dan loopt het dier ook langs meerdere routes. Als je muizen binnen hebt, moet je eerst de muizen afvangen. Zodra je de muizen gevangen hebt de looproute goed schoonmaken. Anders heb je kans dat andere muizen het spoor weer oppakken.
Met een muizenval zie je het resultaat en houd je grip op de plaatsing. Gif werkt op plekken waar je niet dagelijks kunt kijken, maar alleen in een gesloten lokdoos. Particulier mag gif echter niet meer gebruikt worden.
Nee. Een verjager houdt dieren van een plek weg. Wat al binnen is, moet je vangen of bestrijden.
Kijk naar de keutels. Muizenkeutels zijn klein, ratten laten keutels achter van één tot twee centimeter. Een volwassen rat is ook veel groter dan een muis, met een dikke staart en een stompe snuit. Een muis heeft grote oren in verhouding tot de kop. Twijfel je bij sporen buiten of in de kruipruimte, denk dan ook aan ratten. Alleen professionele ongediertebestrijders mogen ratten met gif bestrijden.
De keutels zijn 3 tot 8 millimeter groot en donker van kleur. Verse keutels glanzen en zijn zacht, oude keutels zijn dof en hard. Je vindt ze langs plinten, in keukenkastjes en achter apparatuur. Ruim ze op met handschoenen aan. Maak ze eerst nat met een schoonmaakmiddel of ontsmettingsmiddel en veeg of stofzuig ze niet droog op, zodat je geen stof inademt.
Muizen komen de spouw vaak binnen via open stootvoegen in het metselwerk en via gaten rond leidingen. Plaats stootvoegroosters in open voegen en dicht gaten rond leidingen met staalwol en weringspasta. Zet vallen op de plekken waar de spouw of het plafond uitkomt, zoals de meterkast, de zolder of de kruipruimte. Muizen die in de spouw zitten, bereik je niet direct. Je vangt ze op de plek waar ze eruit komen.
Je hoort krabbelen, ritselen en knagen, vooral ’s avonds en ’s nachts. Muizen zijn nachtdieren. Het geluid komt vaak uit plafonds, muren, de zolder of achter keukenkastjes. Soms hoor je een hoog piepen.
Muizen eten vooral zaden, granen en graanproducten, maar ook vet, suiker, noten en dierenvoer. Ze eten kleine beetjes op veel verschillende plekken. Dat is de reden om voedsel en dierenvoer ’s nachts af te sluiten en kruimels op te ruimen.
Muizen in de tuin zijn vaak veldmuizen, woelmuizen of bosmuizen. Die horen bij de natuur en richten buiten weinig schade aan. Het probleem ontstaat als ze naar binnen gaan. Houd daarom de gevel vrij van struiken en afval, sluit containers goed af en dicht openingen in de gevel.
Muizen verspreiden ziekteverwekkers zoals salmonella via hun urine en uitwerpselen. Ze besmetten voedsel en werkbladen. Ze knagen ook aan kabels, isolatie en verpakkingen, en knagen aan elektrische bedrading geeft brandrisico. Pak een muizenprobleem daarom snel aan en maak besmette plekken goed schoon.